# Lekkende vaatwasserslang: 'geleidelijke schade' bleek geen geldig argument

> Een gezin in de regio Rotterdam kwam thuis van vakantie en trof een ondergelopen begane grond aan. De verzekeraar wees de claim aanvankelijk af op basis van geleidelijkheid. Na technisch onderzoek werd volledige dekking erkend, inclusief vervangende huisvesting.

*Gepubliceerd: 2025-06-02*

---

## De situatie

Een gezin met twee kinderen woont in een tussenwoning in de regio Rotterdam. Tijdens een vakantie van twee weken brak de toevoerslang van de vaatwasser. Het water stroomde gedurende enige tijd ongezien de keukenvloer op en verspreidde zich naar de aangrenzende woonkamer en hal. Toen het gezin terugkwam, stond een deel van de begane grond blank. De houten vloer was kromgetrokken, het laminaat in de hal opgebold, en delen van de keukenkasten waren onherstelbaar beschadigd. Ook in de meterkast was vocht doorgedrongen.

Het gezin meldde de schade direct bij hun inboedel- en opstalverzekeraar. De totale schade werd globaal geraamd op circa 55.000 euro voor herstel, plus kosten voor tijdelijke huisvesting, omdat de woning de eerste weken niet bewoonbaar was.

## De eerste reactie van de verzekeraar

De verzekeraar stuurde een expert ter plaatse, die vaststelde dat de breuk in de slang waarschijnlijk al enige tijd voor het ontdekken van de schade was begonnen met druppelen. In het rapport werd geconcludeerd dat sprake was van "geleidelijk inwerkend vocht", dat volgens de polisvoorwaarden zou zijn uitgesloten. Op basis daarvan werd de claim grotendeels afgewezen. Alleen een kleine vergoeding voor het schoonmaakwerk werd in het vooruitzicht gesteld.

Voor het gezin was deze uitkomst onaanvaardbaar: ze hadden een gewone slangbreuk gemeld, ervaren als een acuut incident, en hadden bovendien geen enkele aanwijzing gehad dat er voor de vakantie iets mis was met de vaatwasser.

## Onze rol

Krantz & Polak Resolve werd ingeschakeld voor een second opinion. We hebben drie dingen tegelijk in gang gezet.

Eerst een technisch onderzoek, samen met een onafhankelijke installateur, naar de feitelijke breuk in de slang. Daaruit bleek dat het ging om een plotselinge scheur in een nog vrij nieuwe slang, vermoedelijk veroorzaakt door drukstoten in de waterleiding. Er was geen sprake van slijtage over een lange periode, en de breuk was eenduidig van recente datum.

Vervolgens hebben we de meterstanden opgevraagd bij het waterbedrijf. Het verbruikspatroon liet zien dat het hoge verbruik pas in de laatste dagen voor terugkomst echt opliep. Dat ondersteunde de stelling dat de lekkage hoogstens enkele dagen had geduurd, niet weken.

Tot slot hebben we de polisvoorwaarden zorgvuldig uitgelegd. De uitsluiting voor "geleidelijke schade" is in deze polissen bedoeld voor situaties zoals langzaam doorrottend houtwerk of jarenlang lekkende dakgoten — niet voor een acute breuk waarvan de gevolgen pas later zichtbaar worden tijdens afwezigheid van de bewoners. Die uitleg werd onderbouwd met verwijzingen naar vergelijkbare uitspraken in vergelijkbare geschillen.

## Het resultaat

Na het indienen van het tegenexpertiserapport en een gezamenlijk overleg trok de verzekeraar het standpunt over geleidelijke schade in. De claim werd integraal erkend.

De uiteindelijke uitkering bedroeg circa 64.500 euro: ongeveer 53.000 euro voor herstel van vloeren, keukenmeubilair en schilderwerk, en daarnaast bijna 11.500 euro voor zes weken tijdelijke huisvesting plus opslag van inboedel. Daarmee kon het gezin de woning volledig laten herstellen en kreeg het de zekerheid dat er geen restschade voor eigen rekening zou komen.

Voor het gezin was de erkenning, naast het bedrag, vooral een opluchting: een afwijzing op een technicaliteit voelt al snel als een persoonlijk verwijt, terwijl de kern simpelweg een kapotte slang was.
