# Woordenlijst: de taal van de verzekeraar

> De belangrijkste termen uit uw polis en het schadeproces, met uitleg en een doorzoekbare index.

*Gepubliceerd: 2026-06-08* · *Bijgewerkt: 2026-06-10* · *Categorie: uitleg*

---

Verzekeringstaal kan een doolhof lijken. Hieronder vindt u de begrippen die u rond schade en verzekeringen tegenkomt — van de eerste melding tot de afwikkeling, van polis en dekking tot fraudeonderzoek en bedrijfsschade — met een index en zoekfunctie om snel het juiste begrip te vinden.

## Begrippen

**Achterstallig onderhoud** — Veelgebruikte afwijzingsgrond: de verzekeraar stelt dat de schade niet door een gedekte gebeurtenis is ontstaan, maar door gebrekkig onderhoud. Die stelling moet de verzekeraar wél onderbouwen — de werkelijke oorzaak is niet altijd wat op het eerste gezicht zo lijkt. Onafhankelijk onderzoek naar de toedracht kan zo'n verweer weerleggen.

**Afschrijving** — De waardevermindering door leeftijd en gebruik die de verzekeraar op de nieuwwaarde in mindering brengt om de dagwaarde te bepalen. Veel inboedelverzekeraars hanteren daarbij de 40%-regel: zodra de dagwaarde onder 40% van de nieuwwaarde zakt, wordt dagwaarde uitgekeerd. Afschrijvingslijsten en levensduren verschillen per verzekeraar — juist hier loont een kritische toets door een eigen expert.

**Akte van benoeming** — Het document waarmee bij een schade de experts formeel worden benoemd: uw eigen expert en die van de verzekeraar, met vaak vooraf al een derde expert (arbiter) voor het geval beide experts het oneens blijven. Lees de akte vóór ondertekening goed door — hij bepaalt het speelveld van de schadevaststelling.

**Bedrijfsschade** — De financiële schade doordat een bedrijf na een gebeurtenis stilvalt of minder kan produceren: gederfde brutowinst, doorlopende vaste kosten en bijvoorbeeld klantverlies. De dekking loopt gedurende een afgesproken uitkeringstermijn. Een goede vaststelling vergt naast technisch ook bedrijfseconomisch inzicht — en wordt in eerste voorstellen vaak te laag begroot.

**Bereddingskosten** — De redelijke kosten die u maakt om de schade te beperken, bijvoorbeeld voor noodreparaties, drogen of het tijdelijk opslaan van inboedel. Deze kosten komen doorgaans bovenop de schadevergoeding voor rekening van de verzekeraar — ook als de beperking uiteindelijk niet lukt. Bewaar bonnen en offertes zodat u ze kunt onderbouwen.

**Bereddingsplicht** — Uw wettelijke plicht (art. 7:957 BW) om na een schade redelijke maatregelen te nemen die verdere schade voorkomen of beperken — denk aan een lekkage afsluiten of waardevolle spullen in veiligheid brengen. Doet u dat niet, dan kan de verzekeraar de schade die daardoor extra ontstaat afwijzen. De maatregelen hoeven niet perfect te zijn; het gaat om wat in de situatie redelijk is.

**Beveiligingseisen** — Eisen in de polis aan sloten, alarm of waardeberging (bijvoorbeeld SKG-klassen of een alarmklasse), vooral bij diefstal- en inbraakdekking. Voldoet u er niet aan, dan kan de verzekeraar korten of afwijzen — maar de eis moet wel duidelijk zijn overeengekomen én relevant zijn voor déze schade.

**Bewijslast** — De verdeling van wie wat moet aantonen. Hoofdregel: u maakt aannemelijk dat zich een gedekte gebeurtenis heeft voorgedaan; beroept de verzekeraar zich op een uitsluiting of op fraude, dan moet híj dat bewijzen. Een vermoeden — hoe stellig ook — is daarvoor onvoldoende.

**Bindend advies** — Een vorm van geschilbeslechting waarbij partijen vooraf afspreken de uitkomst te aanvaarden, zoals bij de geschillencommissie van het Kifid mogelijk is. Let op: ná een ongunstig bindend advies toetst de rechter de zaak nog slechts marginaal — de gang naar de rechter is dan feitelijk geblokkeerd. Weeg deze keuze vooraf goed af en laat u adviseren.

**Braak** — Zichtbare sporen van verbreking — een geforceerde deur, een opengebroken raam — waarmee inbraak wordt aangetoond. Veel diefstaldekkingen vereisen sporen van braak; ontbreken die, dan wijst de verzekeraar vaak af, terwijl insluiping of een andere gedekte toedracht ook mogelijk is. Documenteer sporen daarom direct met foto's, vóór er iets wordt hersteld.

**CIS-registratie** — Registratie bij Stichting CIS, de centrale databank waarin verzekeraars schademeldingen en (vermeende) fraude vastleggen en onderling raadplegen. Een onterechte registratie kan u jarenlang hinderen bij het afsluiten van verzekeringen. Registratie vereist een deugdelijke onderbouwing en is via Kifid of de rechter aan te vechten; verwijdering komt regelmatig voor.

**Clausule** — Een bijzondere bepaling op het polisblad of clausuleblad die de standaardvoorwaarden aanvult of inperkt — bijvoorbeeld een beveiligings- of leegstandsclausule. Clausules gaan vóór de algemene voorwaarden, maar moeten wel redelijk zijn; bij toetsing door Kifid of de rechter houden ze niet altijd stand.

**Contra-expert** — Een onafhankelijke deskundige die u zélf inschakelt om de schade vast te stellen en uw belang te behartigen, tegenover de expert van de verzekeraar. De redelijke kosten komen op grond van art. 7:959 BW voor rekening van de verzekeraar. Een verzekeraar mag geen NIVRE-registratie als voorwaarde stellen (Hof Den Haag 2020, bevestigd door de Hoge Raad in 2022).

**Coulance** — Een vergoeding die de verzekeraar betaalt 'zonder erkenning van een verplichting', buiten de strikte polisdekking om. Prettig als gebaar, maar wees alert: een coulance-aanbod kan ook een manier zijn om een discussie over de werkelijke dekking af te kopen. Laat beoordelen of u niet gewoon récht heeft op meer.

**Dagwaarde** — De nieuwwaarde minus de waardevermindering door leeftijd en gebruik (afschrijving). Verzekeraars schakelen vaak over op dagwaarde bij oudere spullen — bijvoorbeeld zodra de dagwaarde onder 40% van de nieuwwaarde zakt. Over de gehanteerde afschrijving valt regelmatig te discussiëren; een eigen expert toetst die.

**Dekking** — Het geheel van gebeurtenissen en schadeposten dat de verzekering vergoedt, zoals omschreven in polisblad, voorwaarden en clausules. Of iets gedekt is hangt af van de gebeurtenis, de verzekerde zaak én de omstandigheden — en daarover is vaker discussie mogelijk dan verzekeraars doen voorkomen.

**Derde expert** — De vooraf benoemde arbiter die beslist wanneer uw expert en de expert van de verzekeraar het niet eens worden over de schadeomvang. Zijn oordeel blijft doorgaans binnen de grenzen van beide vaststellingen en is bindend voor de omvang van de schade. De benoeming wordt geregeld in de akte van benoeming.

**Dubbele redelijkheidstoets** — De toets die bepaalt of kosten — zoals die van een contra-expert — worden vergoed: het moet redelijk zijn geweest om de kosten te máken, én de hóógte ervan moet redelijk zijn. Beide voorwaarden gelden tegelijk. Bij een reële, substantiële schade is aan de eerste voorwaarde vrijwel altijd voldaan.

**Eigen gebrek** — Schade die voortkomt uit de aard of een gebrek van de verzekerde zaak zelf (art. 7:951 BW), zoals materiaalmoeheid of een constructiefout. Die is standaard niet gedekt, tenzij de polis anders bepaalt — maar de gevólgschade van een eigen gebrek is vaak wél gedekt. Het onderscheid luistert nauw en vergt meestal technisch onderzoek.

**Eigen risico** — Het deel van de schade dat voor uw eigen rekening blijft en dat de verzekeraar van de uitkering aftrekt. De hoogte staat in uw polis en verschilt per dekking. Een eigen risico verandert niets aan uw recht op een correcte vaststelling van het volledige schadebedrag.

**Expertisekosten** — De kosten van het vaststellen van de schade, waaronder de kosten van uw eigen contra-expert. Op grond van art. 7:959 BW komen de redelijke kosten ten laste van de verzekeraar, bovenop uw schadevergoeding. Voor consumenten is dit semi-dwingend recht: de polis mag hier niet ten nadele van u van afwijken.

**Extern Verwijzingsregister (EVR)** — Het waarschuwingsregister waarin financiële instellingen personen opnemen bij een gegronde verdenking van bijvoorbeeld fraude; andere instellingen zien die vermelding bij acceptatie en schade. De lat ligt hoog: de gedraging moet naar redelijke maatstaven vaststaan en de registratie moet proportioneel zijn. Bent u onterecht geregistreerd, dan is dat aan te vechten — verwijdering komt voor.

**Fraudeonderzoek** — Onderzoek door of namens de verzekeraar wanneer die twijfelt aan een claim. De bewijslast ligt volledig bij de verzekeraar: een vermoeden — hoe stellig ook — is onvoldoende om een claim af te wijzen of u te registreren. Werk mee, maar laat u bijstaan; onafhankelijke contra-expertise en eigen toedrachtonderzoek zetten het beeld vaak recht.

**Garantie tegen onderverzekering** — De toezegging van de verzekeraar om bij schade geen beroep op onderverzekering te doen, meestal in ruil voor het correct invullen van een inboedel- of herbouwwaardemeter en het actueel houden daarvan. Controleer of de garantie nog geldt na een verbouwing, grote aankoop of verhuizing.

**Geleidelijke schade** — Schade die langzaam ontstaat — een sluimerende lekkage, houtrot, corrosie — in plaats van door één plotselinge gebeurtenis. Veel polissen dekken alleen 'plotseling en onvoorzien', waardoor 'geleidelijk' een veelgebruikt verweer van verzekeraars is. Het moment van ontdekking en de werkelijke oorzaak maken echter vaker gedekt dan de verzekeraar stelt.

**Getaxeerde polis** — Een polis waarbij de waarde van (bijzondere) zaken vooraf door een deskundige is vastgesteld — de vaste taxatie van art. 7:960 BW. Bij schade staat die waarde in beginsel vast; de verzekeraar kan er niet zomaar op terugkomen. Vooral zinvol voor kunst, antiek, sieraden en verzamelingen.

**Gevolgschade** — Schade die niet direct door de gebeurtenis ontstaat, maar er wel uit voortvloeit — zoals tijdelijke huisvesting, opruim- en stallingskosten, of bedrijfsschade door stilstand. Deze posten worden bij een eerste vaststelling vaak vergeten of te laag ingeschat, terwijl ze flink kunnen oplopen.

**Gevolmachtigd agent** — Een bedrijf dat namens één of meer verzekeraars polissen accepteert en schades afhandelt, onder eigen naam maar voor rekening van de verzekeraar. Voor u verandert er juridisch weinig: de polis en de wet blijven onverkort gelden. Besef wel dat de behandelaar hier dus namens de verzekeraar optreedt — niet namens u.

**Grondwater** — Schade door grondwater — bijvoorbeeld een vochtige kelder bij hoge grondwaterstand — is in de meeste opstal- en inboedelpolissen uitgesloten. Maar niet al het water in een kelder ís grondwater: een lekkende leiding of terugstromend rioolwater kan wél gedekt zijn. De oorzaak bepaalt de dekking; onderzoek loont.

**Herbouwclausule** — De bepaling dat de volledige herbouwwaarde alleen wordt uitgekeerd als u daadwerkelijk herbouwt, meestal binnen een termijn (vaak drie jaar) en in gedeelten naarmate de bouw vordert. Herbouwt u niet, dan valt de uitkering doorgaans terug op de lagere verkoopwaarde. Laat u hierover adviseren vóórdat u over herbouw beslist.

**Herbouwwaarde** — Het bedrag dat nodig is om een gebouw op dezelfde plek opnieuw op te bouwen; dit is de basis voor de opstalverzekering. De herbouwwaarde verschilt van de markt- of aankoopwaarde. Is de verzekerde som lager dan de herbouwwaarde, dan dreigt onderverzekering.

**Herstel in natura** — Afwikkeling waarbij de verzekeraar niet uitkeert in geld, maar de schade laat herstellen — meestal door een bedrijf uit het eigen netwerk. Dat kan prima uitpakken, maar u bent niet verplicht dit te accepteren wanneer de polis ook uitkering in geld kent, en de kwaliteit van het herstel moet gelijkwaardig zijn aan de situatie vóór de schade.

**Huurderving** — De huurinkomsten die een verhuurder misloopt doordat het pand na een schade (tijdelijk) onverhuurbaar is, of de kosten van vervangende woonruimte voor een eigenaar-bewoner. Vaak gedekt op de opstalpolis voor een beperkte periode of tot een sublimiet — een post die in eerste voorstellen nogal eens ontbreekt.

**Inboedel** — Alle losse, niet-nagelvaste spullen in uw woning of bedrijfspand: meubels, apparatuur, kleding, voorraad. Het onderscheid met opstal (het gebouw en wat eraan vastzit) bepaalt onder welke dekking een beschadigd object valt — en daar ontstaat regelmatig discussie over.

**Inboedelwaardemeter** — Rekentool van verzekeraars die de waarde van uw inboedel schat op basis van kenmerken als gezinssamenstelling, leeftijd en woonoppervlak (voor woningen bestaat de vergelijkbare herbouwwaardemeter). Correct ingevuld geeft hij vaak garantie tegen onderverzekering. Let op bij een afwijkende situatie — een kostbare inboedel kan er te laag uitkomen.

**Indemniteitsbeginsel** — Het uitgangspunt dat een verzekering u schadeloosstelt, maar u er niet beter van mag worden dan vóór de schade. Het verklaart waarom soms de dagwaarde in plaats van de nieuwwaarde wordt vergoed. Voor sommige polissen (zoals een getaxeerde polis) gelden uitzonderingen.

**Indexering** — De jaarlijkse automatische aanpassing van de verzekerde som (en premie) aan gestegen bouw- en prijspeilen, om sluipende onderverzekering te voorkomen. Indexering vangt algemene prijsstijgingen op, maar geen verbouwingen of grote aankopen — controleer de verzekerde som daarom periodiek zelf.

**Inductieschade** — Schade aan elektronica en installaties door overspanning bij een blikseminslag in de omgeving, zónder dat de bliksem het pand direct raakt. Veel polissen dekken directe blikseminslag ruimhartiger dan inductie; soms geldt een aparte clausule of sublimiet. De toedracht is met gegevens over het onweer goed te onderbouwen.

**Insluiping** — Diefstal waarbij de dader binnenkomt zonder sporen van braak — via een openstaande deur of een raam op een kier. Polissen stellen hieraan vaak strengere voorwaarden of sluiten insluiping (deels) uit. Het onderscheid tussen braak en insluiping bepaalt dus mede de dekking; laat de toedracht zorgvuldig vaststellen.

**Kifid** — Klachteninstituut Financiële Dienstverlening; behandelt klachten tussen consument en verzekeraar buiten de rechter om. Let op: kiest u voor een bíndend Kifid-advies, dan kan een ongunstige uitspraak de gang naar de rechter blokkeren — de rechter toetst zo'n advies nog maar marginaal. Weeg deze route daarom vooraf goed af en laat u adviseren.

**Mededelingsplicht** — Uw plicht om bij het áángaan van de verzekering de vragen van de verzekeraar juist en volledig te beantwoorden (art. 7:928 BW). Schending kan gevolgen hebben voor de uitkering (art. 7:929–930 BW), maar alleen voor feiten waarnaar is gevraagd en die er werkelijk toe doen — de verzekeraar mag niet achteraf alles aangrijpen.

**Meldingsplicht** — De plicht om een schade zo snel als redelijkerwijs mogelijk te melden en de verzekeraar de inlichtingen te geven die hij nodig heeft (art. 7:941 BW). Een te late melding mag alleen tot afwijzing leiden als de verzekeraar daardoor daadwerkelijk in zijn belangen is geschaad. Meld dus tijdig — maar laat u niet afschepen met 'te laat'.

**Naverrekening** — Bij zakelijke polissen: de definitieve premie wordt achteraf vastgesteld op basis van de werkelijke cijfers (omzet, loonsom, voorraad) over het afgelopen jaar. Geef wijzigingen tijdig door; een te laag opgegeven grondslag kan bij schade tot discussie of onderverzekering leiden.

**Neerslagschade** — Schade door regen, hagel, sneeuw of smeltwater. Doorgaans gedekt wanneer het water onvoorzien de woning binnenkomt — bijvoorbeeld via het dak — maar vaak uitgesloten als het binnenkomt door openstaande ramen, gebrekkig onderhoud of via de grond. De precieze route van het water bepaalt de dekking.

**NFPA 921** — De internationaal erkende standaard voor brand- en explosie-onderzoek, met een wetenschappelijke methode voor het vaststellen van oorzaak en oorsprong. Een conclusie over de brandoorzaak die niet volgens deze systematiek tot stand kwam, is aanvechtbaar. Krantz & Polak voert oorzaaksonderzoek uit met eigen deskundigen volgens deze standaard.

**Nieuwwaarde** — Het bedrag om een vergelijkbaar nieuw exemplaar terug te kopen. Veel inboedel- en opstalverzekeringen keren nieuwwaarde uit, maar schakelen bij oudere of weinig gebruikte zaken over op dagwaarde. Reparabele zaken worden meestal tegen reparatiekosten vergoed, tot maximaal de nieuwwaarde.

**NIVRE** — Nederlands Instituut Van Register Experts; een expertregister dat mede door verzekeraars is opgericht en daarom géén onafhankelijk keurmerk is. Aansluiting is geen voorwaarde om als contra-expert op te treden: dat oordeelde het Hof Den Haag in 2020, bevestigd door de Hoge Raad in 2022. Wat telt is aantoonbare deskundigheid én echte onafhankelijkheid van verzekeraars.

**Onderverzekering** — De situatie waarin het verzekerd bedrag lager is dan de werkelijke waarde van uw bezit. De verzekeraar mag dan naar verhouding uitkeren: bij 20% onderverzekering bijvoorbeeld 20% minder — óók bij een kleine schade. Een actuele waardebepaling (inboedelmeter, herbouwwaarde) voorkomt dit.

**Onzeker voorval** — De kern van verzekeren (art. 7:925 BW): de schade moet voortvloeien uit een gebeurtenis waarvan bij het sluiten van de verzekering onzeker was dat die zou plaatsvinden. Verzekeraars gebruiken dit soms als verweer ('de schade bestond al') — maar dan moet wel vaststaan dat ú dat destijds wist.

**Opruimingskosten** — De kosten van afbraak, opruimen en afvoeren van restanten na een schade, soms inclusief sanering van verontreiniging. Meestal meeverzekerd tot een percentage van de verzekerde som of een sublimiet. Bij grote branden weegt deze post zwaar en moet hij apart en realistisch worden begroot.

**Opstal** — Het gebouw en alles wat er nagelvast aan zit: muren, dak, vloeren, leidingen en doorgaans de keuken en het sanitair. Opstalschade valt onder de opstalverzekering, inboedelschade onder de inboedelverzekering. De grens tussen beide is niet altijd vanzelfsprekend.

**Opzet en roekeloosheid** — De wettelijke grond (art. 7:952 BW) waarop de verzekeraar geen schade hoeft te vergoeden die u met opzet of door roekeloosheid heeft veroorzaakt; polissen spreken ook wel van 'merkelijke schuld'. De verzekeraar moet dit bewijzen — gewone onvoorzichtigheid of een ongelukkige samenloop is daarvoor onvoldoende.

**Persoonlijk onderzoek** — Onderzoek naar de persoon van de verzekerde — interviews, observatie, buurtonderzoek — en daarmee ingrijpender dan feitelijk schade-onderzoek. Verzekeraars zijn gebonden aan de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek: het mag pas als lichter onderzoek niets oplevert en moet proportioneel zijn. Schending van die code kan het verkregen bewijs onbruikbaar maken.

**Plotseling en onvoorzien** — De dekkingseis in veel polissen dat de schade door een plotselinge, onvoorziene gebeurtenis is ontstaan. 'Plotseling' slaat op de gebeurtenis zelf, niet per se op het moment van ontdekken — schade die u pas later ontdekt kan dus nog steeds gedekt zijn. Laat de oorzaak en het moment van ontstaan zorgvuldig vaststellen.

**Polisblad** — Het persoonlijke overzicht van uw verzekering: verzekerde sommen, dekkingen, eigen risico's, clausules en looptijd. Samen met de algemene voorwaarden en het clausuleblad vormt het uw contract. Bewaar het digitaal én op papier — bij een schade is dit het vertrekpunt.

**Polisvoorwaarden** — De afspraken die bepalen wat wel en niet gedekt is, met welke uitsluitingen, sub-limieten en eigen risico's. Ze zijn in uw situatie leidend, maar mogen niet in strijd zijn met dwingend recht — een uitsluiting houdt juridisch niet altijd stand. Lees ze er bij een schade altijd op na, of laat dat doen.

**Premier risque** — Een dekking tot een vast bedrag 'eerste risico', waarbij de verzekeraar bij schade tot dat bedrag uitkeert zonder toets op onderverzekering. Handig voor posten die lastig te waarderen zijn, zoals tuinaanleg, glas of geld. Boven het afgesproken bedrag bent u niet gedekt.

**Reconstructiekosten** — De kosten om administratie, gegevens en tekeningen te reconstrueren die bij een schade verloren zijn gegaan — voor bedrijven vaak onmisbaar om weer te kunnen draaien. Meestal gedekt tot een sublimiet op de zakelijke polis. Vergeet deze post niet in de schadeopstelling.

**Restwaarde** — De waarde die een beschadigde zaak ná de schade nog heeft, bijvoorbeeld als handelswaar, onderdelen of sloopopbrengst. Bij een afwikkeling op basis van totaal verlies trekt de verzekeraar de restwaarde van de uitkering af — en over de hoogte dáárvan valt te discussiëren.

**Royement** — Beëindiging van de verzekering, door opzegging van u of van de verzekeraar. Een verzekeraar mag tussentijds alleen royeren op gronden die in de polis staan, bijvoorbeeld na bewezen fraude. Na een royement moet u bij een nieuwe aanvraag vragen daarover eerlijk beantwoorden — een onterecht royement is dus het aanvechten waard.

**Schade-expert van de verzekeraar** — De expert die de verzekeraar inschakelt en betaalt om de schade vast te stellen. Deskundig, maar werkend in opdracht van de verzekeraar — diens vaststelling is geen objectieve waarheid maar een standpunt. U mag er altijd uw eigen contra-expert naast zetten; de redelijke kosten daarvan draagt de verzekeraar.

**Schadebehandelaar** — De dossierbehandelaar bij de verzekeraar (of gevolmachtigd agent) die uw claim administratief beoordeelt en de beslissingen communiceert. De behandelaar is niet de expert: technische en juridische discussies horen via de experts te lopen. Leg afspraken altijd schriftelijk vast.

**Schadecoach** — Een begeleider die u gedurende het hele schadetraject bijstaat: communicatie met de verzekeraar, planning, advies en het bewaken van termijnen — breder dan alleen de technische schadevaststelling. Bij Krantz & Polak zijn de rollen van contra-expert en schadecoach waar zinvol gecombineerd.

**Schadesturing** — De praktijk waarbij verzekeraars de afwikkeling sturen naar eigen kanalen: eigen experts, gecontracteerde herstelbedrijven of standaardvergoedingen. Dat kan snel en efficiënt zijn — voor de verzekeraar. Uw vrije keuze blijft bestaan: voor een eigen expert, en vaak ook voor een eigen hersteller; partieel herstel is bovendien niet altijd het beste resultaat.

**Schadevaststelling** — Het vaststellen van zowel de omvang als de hoogte van de schade door een of meer experts. Werkt u met een eigen contra-expert, dan bespreken twee deskundigen samen wat redelijk is — een evenwichtiger proces dan wanneer u alleen tegenover de expert van de verzekeraar staat. De uitkomst wordt vaak vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.

**Second opinion** — Een onafhankelijke herbeoordeling van een schaderapport, onderzoeksrapport of voorstel dat er al ligt. Zinvol wanneer u twijfelt aan de conclusies, de volledigheid of de hoogte — ook in een laat stadium kan een second opinion de uitkomst nog wezenlijk veranderen.

**Semi-dwingend recht** — Wettelijke regels waarvan niet ten nadele van de consument-verzekerde mag worden afgeweken (art. 7:963 BW), zoals het recht op vergoeding van redelijke expertisekosten. Een polisbepaling die zo'n recht inperkt, houdt bij toetsing door Kifid of de rechter geen stand.

**Sneeuwdruk** — Schade doordat het gewicht van sneeuw of ijs daken of constructies vervormt of laat bezwijken. Op veel (vooral zakelijke) polissen apart geregeld of uitgesloten. In de discussie speelt de constructieve staat van het dak vaak een rol — laat die zo nodig onafhankelijk beoordelen.

**Stichting Salvage** — De stichting die namens de gezamenlijke brandverzekeraars direct na een brand kosteloze eerste hulp biedt: noodafdekking, eerste maatregelen en praktische ondersteuning. Nuttig in de eerste uren — maar Salvage is geen belangenbehartiger. Voor de schadevaststelling zelf schakelt u uw eigen expert in.

**Storm** — In de meeste polissen gedefinieerd als wind vanaf windkracht 7; sommige polissen leggen de grens bij windkracht 8. KNMI-gegevens van het dichtstbijzijnde meetstation dienen vaak als bewijs, maar lokale rukwinden kunnen sterker zijn dan het uurgemiddelde — ook dat is te onderbouwen. Uw polis bepaalt de exacte definitie.

**Stuiting** — Het onderbreken van de verjaringstermijn, waardoor een nieuwe termijn gaat lopen. Bij verzekeringen volstaat een schriftelijke mededeling waarin u ondubbelzinnig aanspraak maakt op uitkering (art. 7:942 BW). Stuit tijdig en bewaar het verzendbewijs.

**Sublimiet** — Een maximumbedrag binnen de dekking voor een specifieke categorie, zoals sieraden, audioapparatuur, tuin of opruimingskosten. Sublimieten staan in de voorwaarden of clausules en worden bij de schadeopstelling nogal eens over het hoofd gezien — in uw voordeel of juist in uw nadeel.

**Subrogatie** — De wettelijke overgang van uw schadevordering op een aansprakelijke derde naar de verzekeraar, zodra die u heeft betaald (art. 7:962 BW). De verzekeraar kan de schade dan op de veroorzaker verhalen ('regres'). Voor het niet-vergoede deel — bijvoorbeeld uw eigen risico — houdt u zélf een vordering op de veroorzaker.

**Taxateur** — Een deskundige die de waarde van zaken vaststelt — vóór een schade (bijvoorbeeld voor een getaxeerde polis bij kunst of antiek) of erna, als onderdeel van de schadevaststelling. Een vooraf opgemaakte deskundigentaxatie geeft bij schade de sterkste positie: de waarde staat dan in beginsel vast.

**Toedrachtonderzoek** — Onderzoek naar wat er precies is gebeurd en waardoor: de oorzaak, het beginpunt en de omstandigheden van de schade. De uitkomst bepaalt vaak de dekking én de schuldvraag. U hoeft niet te varen op het onderzoek van de verzekeraar alleen — onafhankelijk oorzaaksonderzoek is mogelijk; Krantz & Polak voert dit uit met eigen deskundigen.

**Totaal verlies** — De situatie waarin herstel technisch niet meer mogelijk of economisch niet verantwoord is, doordat de herstelkosten de waarde overstijgen. De afwikkeling gaat dan op basis van de verzekerde waarde minus de restwaarde. Het omslagpunt tussen herstellen en afschrijven is vaker discutabel dan het lijkt.

**Tussenpersoon** — Uw assurantieadviseur of -makelaar: adviseert over verzekeringen, sluit polissen af en ondersteunt bij schade. Een tussenpersoon werkt voor ú, maar is geen schade-expert; bij een substantiële schade blijft een eigen contra-expert naast de tussenpersoon zinvol.

**Uitkeringstermijn** — De maximale periode waarover bedrijfsschade wordt vergoed — bijvoorbeeld 26, 52 of 104 weken — gerekend vanaf de schadedatum. Een te kort gekozen termijn is een klassieke valkuil: herstel, herbouw en het terugwinnen van omzet duren vaak langer dan vooraf gedacht.

**Uitsluiting** — Een in de polis omschreven situatie waarin de verzekeraar niet uitkeert, zoals opzet, geleidelijke schade of grondwater. Uitsluitingen worden soms ruimer toegepast dan ze bedoeld zijn: de verzekeraar moet bewijzen dat de uitsluiting opgaat, en onredelijk bezwarende bepalingen houden niet altijd stand.

**Vaststellingsovereenkomst** — Een bindende afspraak waarin de schade en/of de afwikkeling definitief worden vastgelegd. Tekent u, dan staat het bedrag in beginsel vast en is terugkomen lastig. Teken daarom niet te snel: laat een onafhankelijke expert eerst beoordelen of alle posten en de hoogte kloppen.

**Verjaring** — Het verlopen van uw recht op uitkering. Voor verzekeringen geldt een termijn van drie jaar (art. 7:942 BW), te rekenen vanaf het moment dat u de claim kon indienen. U stuit de verjaring met een schriftelijke aanspraak; doe dat op tijd en bewaar het bewijs.

**Verkoopwaarde** — De waarde van een gebouw bij verkoop (exclusief de grond), die als uitkeringsbasis kan gelden wanneer u na een schade niet herbouwt, of bij verkoopplannen en leegstand. De verkoopwaarde ligt doorgaans fors lager dan de herbouwwaarde — dat verschil maakt de herbouwbeslissing financieel belangrijk.

**Vervangingswaarde** — Het bedrag om een zaak te vervangen door een gelijkwaardige van dezelfde soort, kwaliteit, staat en ouderdom — gangbaar bij zakelijke inventaris en machines. Anders dan bij nieuwwaarde wordt dus gekeken naar wat een vergelijkbaar tweedehands exemplaar kost.

**Verzekerde som** — Het maximumbedrag waarvoor u verzekerd bent en waarboven de verzekeraar niet hoeft uit te keren. Is de verzekerde som lager dan de werkelijke waarde, dan ontstaat onderverzekering. Controleer periodiek of het bedrag nog klopt met de herbouw- of nieuwwaarde.

**Verzekeringnemer** — Degene die de verzekering heeft afgesloten en de premie betaalt — niet per se dezelfde als de verzekerde, degene wiens belang is verzekerd. Denk aan een verhuurde woning of een bedrijfspand met meerdere belanghebbenden. Bij een schade is van belang wíe precies welke rechten heeft.

**Verzwijging** — Het bij het afsluiten niet of onjuist beantwoorden van vragen van de verzekeraar — een schending van de mededelingsplicht, bijvoorbeeld over een schadeverleden of een eerder royement. De gevolgen hangen af van wat een redelijke verzekeraar zou hebben gedaan als hij het wél had geweten; een automatische volledige weigering is niet de regel.

**Vochtdoorslag** — Vocht dat door muren, vloeren of kelderwanden naar binnen dringt, bijvoorbeeld door een hoge grondwaterstand of optrekkend vocht. Dit is vaak uitgesloten van dekking omdat het als geleidelijke schade of achterstallig onderhoud wordt gezien — maar de werkelijke oorzaak is niet altijd wat de verzekeraar aanneemt. Onderzoek naar de toedracht kan het verschil maken.

**Voorschot** — Een tussentijdse betaling op de uiteindelijke uitkering, bedoeld om de eerste kosten — beredding, noodmaatregelen, tijdelijke huisvesting — te kunnen dragen voordat de schade definitief is vastgesteld. Vraag er bij een grote schade expliciet om; het accepteren van een voorschot bindt u niet aan het eindbedrag.

**Zaakschade** — De materiële schade aan de zaken zelf — gebouw, inventaris, inboedel, goederen — als tegenhanger van gevolgschade en bedrijfsschade. De meeste polissen vergoeden primair zaakschade; juist de schade erómheen vraagt extra aandacht in de schadeopstelling.
